
Willemijn Aerdts is sinds 23 februari 2026 staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit op het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK). Zij richt zich specifiek op digitaliseringsstrategie, innovatie en economische groei. Hieraan voorafgaand was Aerdts Eerste Kamer-lid (en deels ook vice-fractievoorzitter) voor D66. Zij was sinds juli 2016 tot haar benoeming docent/onderzoeker bij het Institute of Security and Global Affairs aan de Universiteit Leiden.
Willemijn Aerdts is pakweg tien weken in functie als zij GOV Magazine ontvangt aan de Bezuidenhoutseweg. Op haar bureau staat een camera, ze verplaatst deze en glimlacht: “Die heb ik even getest voor een videogesprek vanmiddag.” Een gesprek met Ursula von der Leyen en Emmanuel Macron, voorwaar. Aerdts nipt van haar thee en zegt blij te zijn met haar portefeuille, “want zo kun je een mooie verbinding maken tussen de digitale economie, de digitale samenleving en de digitale overheid.”
De staatssecretaris zou 23 en 24 maart 2026 aanwezig zijn op de Informele Telecomraad in Nicosia – met op de agenda onderwerpen als AI en de bescherming van kinderrechten online – maar die vond last minute geen doorgang. Het zou een mooie gelegenheid zijn geweest om haar Europese counterparts te ontmoeten, zegt ze. Dat zou de eerste keer zijn na haar beëdiging op 23 februari. “Maar ik had dus wel die twee dagen geblokt in mijn agenda en toen bedachten we af te reizen naar Brussel en Parijs om de collega’s daar te ontmoeten.” Aerdts sprak in Brussel met Henna Virkkunen, Eurocommissaris voor Technologische Soevereiniteit, Veiligheid en Democratie, en in Parijs met Anne Le Hénanff, de Frans gedelegeerd minister voor Kunstmatige Intelligentie en Digitale Zaken. “Dat waren heel leuke kennismakingen en goede gesprekken over het versterken van de Europese digitale weerbaarheid, het bevorderen van een sterke Europese Tech sector en digitale soevereiniteit”, aldus Aerdts. Na deze ontmoetingen postte ze op X een bericht waarin ze haar drie prioriteiten voor de komende periode benoemde: 1) Een sterke Europese Tech sector; 2) Europese digitale weerbaarheid versterken; 3) Onze democratie en grondrechten beschermen, ook online.
Over dat laatste onderwerp heeft ze dus later die middag een video call met Emmanuel Macron en Ursula von der Leyen. Aerdts licht toe: “Onlangs is in de Franse senaat de wet aangenomen om een minimumleeftijd voor het gebruik van sociale media voor kinderen in te voeren. President Macron is een aanjager daarvan geweest. Ik wil me daarvoor hard maken in Nederland en het ook heel graag Europees aanpakken, juist ook om te voorkomen dat je – gezien de 27 lidstaten – een lappendeken zou krijgen aan verschillende regels, of dat iedereen voor zich het wiel gaat uitvinden. Dat zou ook voor veel onduidelijkheid zorgen naar bedrijven die ermee uit de voeten moeten, naar toezichthouders, maar zeker ook naar jongeren en hun ouders. Dus wij willen dat heel graag Europees regelen. Dat we vanmiddag dit gesprek hebben en dat Von der Leyen en Macron ook expliciet zeggen dit Europees te willen organiseren, dat is heel belangrijk en een mooie kans om te laten zien dat dit kabinet dit graag gestalte wil geven.”
Zijn jullie daarin voorlopers?
“Nou, dat hoop ik wel, dat wij mee mogen doen met de koplopers. Natuurlijk kunnen en willen wij gebruik maken van de expertise die nu in Frankrijk wordt opgedaan. Zelf hebben we de Universiteit van Amsterdam gevraagd om onderzoek te doen naar hoe we dit juridisch in Europa het beste kunnen regelen. De uitkomsten daarvan zullen we delen met de Europese collega’s en de Europese Commissie, juist met als doel om zoveel mogelijk samen op te trekken en elkaar daarin te versterken. Als je als Europese Unie een vuist kunt maken, kunt zeggen: ‘wij willen dit’, dan is het ook een signaal naar de betrokken platforms en hopelijk een push voor hen om dit te regelen.”
“Ik zie heel veel mooie kanten aan het gebruik van sociale media door jongeren. Ze kunnen er veel van leren, ze kunnen met hun peers in contact komen. Alleen het verslavende effect van algoritmes, de polariserende werking van desinformatie, maar ook de schadelijke content die zij te zien krijgen… De balans slaat gewoon verkeerd uit, en daarom vinden wij dat er een minimumleeftijd moet komen.”
“
Voor mij is soevereiniteit dat je je eigen keuzes kunt maken
”
Minimumleeftijd
“Ik zou natuurlijk liever zien dat algoritmes worden aangepast, en dat content veel beter wordt gescreend zodat sociale media een veilige plek zijn voor jongeren. En totdat het zover is, zeggen steeds meer landen in Europa: laten we een minimumleeftijd afspreken om onze kinderen daarvoor te beschermen. Australië heeft het gedaan, is een echte koploper geweest, en dat heeft ook bij ons de discussie losgemaakt. Maar je zag ook in Australië, de manier waarop ze het hadden geregeld, dat het relatief makkelijk te omzeilen was en moeilijk voor jongeren om op een privacy vriendelijke manier hun leeftijd aan te tonen. Je wilt niet dat ze met hun paspoort voor de webcam moeten gaan zitten. Als we dit als Europa kunnen organiseren, kun je met elkaar een manier afspreken hoe je op een veilige manier kunt laten zien dat je 16 bent. Met elkaar heb je ook impact. Dus in deze fase zijn we die coalitie aan het vormen, zijn we in afwachting van de uitkomsten van het onderzoek, en daarna gaan we kijken wat de beste weg voorwaarts is.”
Prioriteit nummer twee dan, het versterken van de Europese weerbaarheid. Daarvan zegt Aerdts: “Voor mij is de bottomline van soevereiniteit dat je je eigen keuzes kunt maken. Dat er genoeg aanbod is, zodat er iets te kiezen valt. Wat we nu vaak zien is dat je óf van bepaalde leveranciers afhankelijk bent óf van leveranciers uit een bepaald land. Dat aanbod moet veel groter. Je hoort mij niet zeggen: ‘we gaan niks met de Verenigde Staten doen’, helemaal niet zelfs; daar worden mooie, innovatieve producten gemaakt. Alleen wil ik heel graag dat je als overheid – en ook als bedrijf – keuze hebt als je je afvraagt wat je nodig hebt voor wat je wilt bereiken, voor je continuïteit, en welke data ermee zijn gemoeid. En voor bepaalde data geldt dat je die gewoon in Europa, of zelfs specifiek in Nederland wilt houden. Maar dan moet dat aanbod er wel zijn. Dan speelt de overheid denk ik ook een rol, juist als launching customer, want als je groot genoeg bent omdat met elkaar in te kopen, dan kun je ook aangeven aan welke vereisten het moet voldoen en aan welke wetgeving het compliant moet zijn. Slagkracht is wat dat betreft belangrijk. In het kader van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie zijn we als Rijksoverheid en medeoverheden ook daarover heel nauw in gesprek en daar is ook echt een punt van aandacht hoe we de versnelling in kunnen zetten.”


Randvoorwaarden
Prioriteit 1, een sterke Europese Tech sector, moet bijdragen aan meer keuzeaanbod in de toekomst, stelt Aerdts. Wat haar betreft speelt Nederland daarin een belangrijke rol. Ze is heel blij met de bestuurdersstoel waarop ze zit, waar de driehoek digitale economie, digitale samenleving en digitale overheid bij elkaar komt. Dat biedt volgens haar een uitgelezen kans de vaderlandse Tech sector te ondersteunen met de juiste randvoorwaarden. “Als je bijvoorbeeld kijkt naar AI en andere innovatieve technologie, dan zie je een aantal veelbelovende bedrijven en dan is de vraag: wat hebben zij nodig om op te schalen, zodat ze hier gevestigd blijven? Dit speelt natuurlijk niet alleen in de digitale sector maar in meer sectoren.”
Europa heeft een grotere consumentenmarkt dan Amerika. Toch kunnen start ups hier minder snel opschalen vanwege enerzijds verschillende wet- en regelgeving in Europese landen en anderzijds toegang tot kapitaal. Dat zou je moeten doorbreken.
Aerdts knikt instemmend: “Uiteindelijk wil je vooral dat aanbod diversifiëren. Veel innovatie komt uit de Verenigde Staten maar we willen dat veel innovatie in Europa plaats gaat vinden. Daarin moeten we elkaar aanmoedigen.” Haar collega Heleen Herbert, minister van EZK, is voorzitter van de Ministeriële Taskforce ‘Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat’ (TTWenV) met als opdracht ons verdienvermogen te verbeteren. “Dit is een initiatief van het kabinet om een aantal noodzakelijke doorbraken te versnellen. Heleen en ik zitten hier bij elkaar op de gang en kunnen nauw met elkaar optrekken. Voor mij is het strategische domein digitalisering en AI de belangrijkste component, maar dat pak ik graag op met anderen. Derk (Boswijk, staatssecretaris van Defensie – red.) en ik werken wat dat betreft ook nauw samen. Defensie is onderdeel van de samenleving, een samenleving waar digitalisering alles en iedereen raakt, ook andere departementen. Dus ja, we zoeken elkaar op, het zijn geen geïsoleerde bubbels.”
Tussenfase
De voorbije weken heeft ze al diverse ontmoetingen gehad met het Nederlandse bedrijfsleven. “Ik vind het ontzettend fijn om te zien hoe ontzettend actief en innovatief dat Nederlandse bedrijfsleven is. Die denken heel erg na ook over die soevereiniteit, over die Europese kansen en oplossingen, dus ik vind het mooi om vanuit de overheid te kijken hoe wij hen daarin kunnen faciliteren. Weet je, we zitten in een soort tussenfase, want niet al het aanbod is er. Aan de andere kant verwachten wij allemaal dat alles gewoon door blijft lopen. Ik zou ook graag willen dat het sneller gaat. Dat gesprek voeren wij vaak met elkaar in het kabinet, en we hebben het er ook in de Tweede kamer bijna wekelijks over. Maar we moeten daarin ook realistisch zijn dat we wat dat betreft toch gewoon in een tussenfase zitten waarin we dat aanbod aan het opstuwen zijn. De kaders daarbij, de risicoafwegingen, de exit strategieën, dat is ook nog wel een nieuwe manier van denken.”
“Ik denk dat we kunnen leren van Defensie. Hun mindset is altijd geweest: het mitigeren van risico’s, het hebben van een Plan B. Ik heb dat zelf ook meegekregen vanuit mijn achtergrond bij de Universiteit Leiden, de inlichtingendiensten denken ook zo: probeer risico’s af te dekken, hou rekening met verschillende scenario’s. Ik voel me daar zelf heel comfortabel bij. Die manier van denken zit in het DNA van Defensie. Maar ik zie het ook al op andere plekken binnen de Rijksoverheid. En een goed voorbeeld is ook de gemeente Amsterdam die heeft gezegd na te streven in 2030 al veel onafhankelijker te willen zijn en in 2035 digitaal soeverein en autonoom te willen zijn. Ik zie ook universiteiten en kennisinstellingen stappen zetten, lagere overheden ook, dat vind ik heel interessant. We gaan ook in gesprek, vragen: wat is jullie tijdspad, wat heb je nodig, waar loop je tegenaan, hoe zou dit door anderen gebruikt kunnen worden? Dus daarbij proberen wij graag die broker te zijn, dat past ook heel mooi binnen deze portefeuille.”